Kennistest januari 2011

Geplaatst op 17-02-2011

De vragen en antwoorden horen bij de Kennistest uit de HAPkrant van januari 2011:

1. Bij een verhoging van het suikergehalte tot een waarde van ... (vul in) is een
advies van de arts nodig:


Het juiste antwoord is:
B. boven de 20 mmol/l

Uitleg:
Hypoglykemie

    * Eet of drink iets zoets zoals druivensuiker, een boterham met jam of vla met
limonadesiroop.
    * Bepaal vervolgens opnieuw de glucosewaarde.
    * Bij verbetering: controleer de glucosewaarde later nog eens en bel zo nodig
terug.

Contact opnemen als: de glucosewaarde daalt.

Hyperglykemie (12 tot 20 mmol/l)
    * Drink heel veel (water) en zorg voor beweging; door de inspanning wordt
glucose verbruikt.
    * Bepaal na enkele uren opnieuw de glucosewaarde om het effect te meten.

Informatie
    * Bij een verhoging van het suikergehalte (>20 mmol/l) is advies van een arts
nodig.

Hypo- of hyperglykemie?
    * Als niet duidelijk is of de patiënt een hypo- of een hyperglykemie heeft en
als patiënt niet bewusteloos is, ga er dan bij de advisering van uit dat de
glucosewaarde te laag is.
    * Adviseer patiënt om iets zoets te eten of te drinken.
    * Als de glucosewaarde daarna snel stijgt (bijvoorbeeld van 2 naar 4 mmol/l) is
er sprake van hypoglykemie; deze aandoening laat namelijk snel verbetering
zien.
    * Is er toch sprake van hyperglykemie, dan is de invloed van het zoete eten of
drinken op de toch al verhoogde glucosewaarde gering (bijvoorbeeld stijging van
24 naar 26 mmol/l).


2. Beklemmende of retrosternale pijn op de borst en misselijkheid, zweten en klam
aanvoelen is een triagecriterium:


Het juiste antwoord is:
A. U1
 
Uitleg:
        
Triagecriteria Pijn op de borst:

    * U1 - Acute hevige pijn op de borst en kortademigheid
    * U1 - Acute hevige pijn op de borst en uitstraling
    * U1 - Beklemmende of retrosternale pijn op de borst en misselijkheid, zweten,
klam aanvoelen
    * U1 - Pijn op de borst en shockverschijnselen
    * U2 - Kortademigheid en pijn op de borst
    * U2 - Acute hevige pijn op de borst
    * U2 - Pijn op de borst, herkenbaar van eerdere episode Angina Pectoris en in de
laatste 48 uur ook pijn tijdens rust
    * U2 - Pijn op de borst bij een hartpatiënt, niet herkenbaar van eerdere
episoden - overleg
    * U3 - Recidief pijn op de borst, die verdwijnt na nitroglycerine
    * U3 - In frequentie toenemende perioden van pijn op de borst
    * U3 - Pijn op de borst , gebonden aan ademhaling, niet kortademig
    * U4 - Stekende, houdingsafhankelijke pijn op de borst, niet kortademig
    * U4 - Pijn op de borst en koorts, niet kortademig, geen hartpatiënt
    * U4 - Pijn op de borst bij inspanning, verdwijnt tijdens rust


3. Bij de hypothese roodvonk passen bepaalde bevindingen. Tot deze bevinding hoort
'lichtschuwheid'.


Het juiste antwoord is:
B. Deze stelling is niet correct

Uitleg:
                   
Bij de hypothese "roodvonk" passen de volgende bevindingen:

    * Keelpijn
    * Koorts
    * Braken
    * Koude rillingen
    * Pijnlijke lymfeklieren onder de kaak
    * De tong lijkt op een framboos
    * Kleine rode bultjes over het hele lichaam, maar huid rondom mond vaak bleek
("het narcosekapje")

Roodvonk wordt veroorzaakt door een bacterie. De ziekte kent een incubatietijd van
2-5 dagen met een acuut begin. De ziekte is besmettelijk vanaf vlak voor tot 3 weken
na het uitbreken van de rode vlekjes. Roodvonk komt vaker voor bij kinderen dan bij
volwassen. Jongens en meisjes zijn even vaak aangedaan. Roodvonk kan het hele jaar
door voorkomen.
      

Bron: www.internetleren.nl 

HAPkrant

In het april 2013 nummer: